NBN S 21-208-2

De laatste versie (2010) van de Belgische norm NBN S21-208-2 laat U enkele keuzemogelijkheden:

vertikale_ontrokingKL horizontale_ontrokingKL horizontale_ontroking_met_cfdKL
Vertikale ontroking Horizontale ontroking Horizontale ontroking/CFD

Met de impulsventilatoren is het mogelijk parkeergarages te bouwen die een uitnodigende, open en veilige atmosfeer uitstralen, zonder compartimenterings- en/of scheidingswanden.

Bij de ontroking wordt het luchtdebiet bepaald door de NBN en/of CFD met een rookvrije toegang van ten minste 15 meter tot de brandhaard.

De afvoerlucht wordt met behulp van schachtventilatoren uit de parkeergarage afgevoerd. Deze schachten mogen wel op maaiveldniveau uitmonden mits de afstand tot de gevel van het gebouw gerespecteerd wordt en/of de gevel een E60 weerstand heeft. Ook dienen deze uitblaasmonden niet toegankelijk te zijn voor onbevoegden.

De ontroking kan gecombineerd worden met een CO/LPG/NOx-detectie dewelke er dan voor zorgt dat een vooraf ingesteld ventilatieregime de parking vrijwaart van te hoge drempels van de desbetreffende gassen.

De toevoerlucht kan daar waar mogelijk via bouwkundige openingen of een inrit verzorgd worden.  Is dit niet haalbaar dan kunnen schachtventilatoren voor de toevoerlucht zorgen.  De toe- en afvoeropeningen worden voorzien van roosters. In een geval van brand kan het noodzakelijk zijn dat enkele toe- en afvoeropeningen afgesloten worden om zo het volledige luchtdebiet over de locatie van de brandhaard te laten stromen.

Hiervoor zijn registers,vaste en/of automatische rook- en brandschermen ideaal.

De stuwkrachtventilatoren (impuls of inductie) moeten er voor zorgen dat de lucht zich in de juiste richting door de parkeergarage verplaatst. Dode zones moeten hierbij voorkomen worden.

Bij stuwkrachtventilatie wordt gebruik gemaakt van het natuurlijke verschijnsel dat een massa zich versnelt (verplaatst) als gevolg van een stootkracht.

Deze stootkracht noemen we de stuwkracht uitgedrukt in Newton.